27 oktober 2025
Het is veel voorkomend dezer dagen: anonieme klokkenluidersbrieven die naar directies, Raden van Bestuur of Raden van Toezicht of Commissarissen worden gestuurd. Inhoud veelal: er is sprake van sociale onveiligheid die te linken is aan een persoon, de kwaliteit van geleverde diensten staat onder druk, er moet worden ingegrepen en andere toezichthouders (Inspecties) zijn ook al geïnformeerd. Meer en meer: anoniem en u kunt mij bij voorkeur niet bereiken voor een reactie. Of: ‘namens de hele afdeling’ en met vriendelijke groet. Ga er maar weer aanstaan. Negeren kan niet, is onverstandig en soms rommelt er ook al iets wat wel al bekend is. Organisaties moeten dus iets doen.
Hoe doe je dat dan, proportioneel en met inachtneming van al die belangen die er zijn? In de eerste plaats toch proberen contact te krijgen met melders. Men laat soms toch een geanonimiseerd email adres achter. In dit contact kan natuurlijk een gesprek aangeboden worden, voor melder ‘veilig’ of onder door melder te bepalen condities (met wie wilt of kunt u spreken?). De vertrouwenspersoon zou als veilig contact en gesprekspartner kunnen worden aangeboden. Soms volgt er echter geen reactie en blijft het bij ‘de brief’. Het is in ieder geval verstandig, ook bij verder uitblijvend contact met de melder deze op te hoogte houden van vervolgacties. Dit kan natuurlijk alleen als er een contactadres (geanonimiseerd) beschikbaar is. Deze vervolgacties worden natuurlijk in hoge mate bepaald door de aard van de melding. Er is geen ‘one size fits all’ aanpak. In onze praktijk hebben wij ervaring opgedaan met verkennende gesprekken of verkennend vooronderzoek. Klein opgezette interventies die en recht doen aan de aard en ernst van de melding en gewenste opvolging, maar ook oog hebben voor de proportionaliteit. Is het bijvoorbeeld mogelijk om met een klein aantal medewerkers op de afdeling een gesprek te hebben over sfeer, werkplezier, ervaren leiderschap en de kwaliteit van geleverde diensten? Een representatieve groep, verschillende functies, verschillende lengtes van dienstverbanden? Wat geeft dit voor beeld? Massief zorgelijk, genuanceerd of geheel ‘waar heeft u het over, het is hier geweldig werken’? Hoe kleed je dat dan in, in communicatie naar zo’n afdeling? En hoe vertel je over de uitkomsten van zo’n verkennend onderzoek. Aan de melder(s), de afdeling en de toezichthouders?
Het zijn precaire kwesties. En alles komt hierin langs. Van boze, uit dienst getreden medewerkers die zogenaamde wraakmeldingen doen (ik zal de boel eens flink op de kop zetten) tot zeer serieuze meldingen die ernstige en zorgelijke patronen blootleggen die al jaren konden voortwoekeren, ook wel min of meer bekend waren maar door succes op andere fronten (commercieel en winstgerelateerd, de organisatie groeit en groeit, of: een groot wetenschapper forse subsidies binnenhalend, of: diversiteit, eindelijk die niet witte man of vrouw die onze organisatie bij andere doelgroepen op de kaart zet) onder tafel konden blijven, Pittige belangen versus bijvoorbeeld een ontstane angstcultuur met verloop, verzuim en verlies aan kwaliteit.
Kortom, de klokkenluidersbrieven zullen blijven komen, ook wel meer en meer naar verwachting. Regelingen op dit punt zijn verbeterd, in- en externe meldpunten worden meer en meer ingericht en vertrouwenspersonen staan in de meeste organisaties goed in positie. De opvangstructuur staat of kan worden verbeterd. Maar bij meldingen is het vaak dan vaak ‘maatwerk’ hoe hiermee om te gaan.